Home

2. Historie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) bouwde de Yellow Truck and Coach Manufacturing Company (Pontiac, Michigan, USA),

 onderdeel van General Motors Corporation (GMC), een kleine 600.000 drie-assige legervoertuigen met een laadvermogen van 2½ ton.

 Ruim 500.000 hiervan betroffen het type CCKW met zijn karakteristieke neus, spatborden, hoekige grilles en de daaraan verbonden

 kwartronde beschermroosters vóór de koplampen. Basis voor de CCKW vormde de ACKWX met een meer afgeronde neus, gebaseerd

 op vooroorlogse civiele GMC’s. De typecode heeft ingeval van de ACKWX de volgende achtergrond: modeljaar 1939 (A), torpedofront (C),

 voorwielaandrijving (K), aangedreven tandemstel (W) en een van civiele varianten afwijkende wielbasis (X). Aanvankelijk had de CCKW

 (inderdaad, modeljaar 1941) ook het achtervoegsel X maar dit werd in de loop van 1941 verder weggelaten. De twee wielbasisvarianten

 van de CCKW, te weten lang (4,17 m) en kort (3,68 m), werden vanaf dat moment aangeduid met de respectievelijke achtervoegsels '353'

 en '352'.

                                                      


Stel je eens voor: 541.000 GMC CCKW in vijf jaar = 300 trucks per dag ! (met dank aan Joop van Middendorp)

Naast de CCKW(X) verwierven nog enige andere GMC’s uit die tijd bekendheid. De frontstuur (F) ‘cab over engine’ AFKWX, de CCW(inderdaad, geen voorwielaandrijving) en de DUKW. De laatste is een bootvormige amfibische versie (code U) van de CCKW en werd vanaf 1942 (code D) geproduceerd. Zijn bijnaam luidde  ‘duck’.

Tabel 1. Decodering GMC’s (CCKW vet aangegeven als voorbeeld)

Ontwerpjaar

Cabine

Voorwielaandrijving

Aangedreven tandemstel achter

Verlengde wielbasis

A=1939

C=torpedo

K indien aanwezig

W

X*

B=1940

F=frontstuur

 

 

 

C=1941

U=amfibisch

 

 

 

D=1942

 

 

 

 

* toevoeging verdween toen deze wielbasis standaard werd

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verwierf de CCKW een zeer goede reputatie bij de bevoorrading. Legendarisch is bijvoorbeeld hun rol in de Red Ball Express in 1944, een ‘lopende band’ tussen Franse havens en het oostwaarts oprukkende geallieerde front (zie kaart (bron:Colley, 2000)). Details van de mensen  achter deze operatie worden beschreven in www.514th.co.uk. Korte filmische impressiesgeven bijgaande video's: start No 1 en start No2. Het  tweede filmpje is een bloemlezing uit een langere Discovery Channel documentaire.
 

Behalve ‘Jimmy’ en ‘Deuce and a half’ werd de CCKW vanwege zijn kracht en betrouwbaarheid ook wel  ‘workhorse of the army’ genoemd. Die goede reputatie bleef na de oorlog voortbestaan. Tot in de zeventiger jaren maakten niet alleen legers maar ook aannemers, afsleepdiensten, brandweer, alsmede kermis- en circusexploitanten dankbaar gebruik van CCKW’s afkomstig uit militaire surpluses. Daarmee werden deze GMC’s ‘klassiekers van de weg’ en waren voor na-oorlogse generaties daarom niet in de eerste plaats voormalige legervoertuigen. Ter illustratie allereerst een stel advertenties waarin de fabrikant appelleert aan rol die haar GMC's spelen bij de oorlogsvoering.

`      

    

       

 

Vanwege allerlei redenen (oprechte wens de Europese economieën weer op poten te zetten, het vermijden van kosten van transport terug naar de US, maar ook de wens van Amerikaanse truckfabrikanten om de thuismarkt niet te laten bederven door terugkerend materieel....), werden GMC's in grote hoeveelheden achtergelaten in Europa, getuige onder meer de volgende plaatjes.


(source: Life Archives)


Een voorraadje GMC's bij firma Van Dam in Herkenbosch (met dank aan J. van Middendorp)

Vanuit zulke dumps werden de trucks verkocht aan firma's die popelden om hun zaak opnieuw op te zetten. De volgende advertenties zijn een voorbeeld van het tweede leven dat CCKW-veteranen kregen aangeboden bij Nederlandse aannemers. De enige aanpassing bestond doorgaans uit het plaatsen van een nieuwe kipbak (bijvoorbeeld een Netam, 'driezijdenkipper',  zie foto) en een gesloten cabine van een Hollandse carrosserier. Verwijzing naar 'Canadian Stocks' in de eerste twee advertenties lijkt niet helemaal correct. De Canades bevrijders zullen immers van CMP's (Chevrolet en Ford 'stompneuzen') gebruik gemaakt hebben en niet van GMC's. Pogingen om het totaal aantal naar Nederland geïmporteerde GMC's te achterhalen (via General Motors Nederland, RDW, BOVAG, RAI) bleven tot nu toe alle zonder resultaat. Uit een artikel van Bart van den Acker (NAMAC Nieuwsbrief, juni 1989) blijkt echter dat het alleen al tot medio 1947 om 4000 stuks gegaan moet zijn!

   

Naast Netam waren ook Bavo, Mimiasie en Nooteboom bekende fabrikanten van (driezijden) kippers, getuige bijgaande advertenties uit
1953-1954 (met dank aan Peter Albers)

Onderstaande bovenste advertentie (links) bevestigt nog eens dat de spatborden van GMC's  van een extra rand werden voorzien (tegen opspattende modder?) bij civiel gebruik. De andere advertenties geven aan dat de koop van een GMC slapeloze nachten voorkomt en sprookjes werkelijkheid laat worden.... (met dank aan Sjaak Oosterling)

   

   

Een kuub vochtig zand weegt 1500 kg. Het laadvermogen van na-oorlogse GMC's werd daarom graag wat verhoogd met  een hulpchassis en zogenaamde Chevrolet cardans (zie onderstaande advertentie uit 1957, met dank aan Sjaak Oosterling). Ik heb me laten vertellen dat die Chevrolet-assen afkomstig waren van de 6x6 Chevrolet 'stompneus' C60X uit dumps (zie foto)

   

terug naar begin van deze pagina

Hit Counter

webmaster: J. Schröder

Gelanceerd / first launched: 7 January 2005

Laatst herzien / last revised: 14 March 2013